9
december 2004 - Wetenschappers van Johnson & Johnson
Pharmaceutical Research and Development (J&JPRD)
hebben een nieuwe stof tegen tuberculose (tbc)
ontdekt die in modellen met muizen beter en sneller
werkt dan de huidige standaardbehandeling van
een tbc-infectie. De eerste onderzoeken bij gezonde
menselijke vrijwilligers tonen bovendien aan
dat het geneesmiddel veilig is. De bevindingen
worden gepubliceerd in het nummer van 9 december
van Science Express, de on-lineversie van het
tijdschrift Science, en zullen in de gedrukte
editie verschijnen op 14 januari 2005. Deze onderzoeken
werden uitgevoerd door wetenschappers van J&JPRD
en hun collega’s aan het Swedish Institute
for Infectious Disease Control in Solna, Zweden,
en de School voor Geneeskunde van het Pitié-Salpêtrière-ziekenhuis
in Parijs, Frankrijk.
De stof, die als R207910 bekend staat, behoort
tot een nieuwe familie van anti-tuberculosemiddelen
die de diarylquinolines (DARQ) worden genoemd,
en lijkt betere en meer gedifferentieerde eigenschappen
te bezitten dan de geneesmiddelen die vandaag
de dag apart en in combinatie worden gebruikt
tegen tbc. R207910 verwijderde beter de infectie
uit de longen van muizen dan de drievoudige
cocktailkuur die momenteel door de Wereldgezondheidsorganisatie
(WGO) wordt aanbevolen. Ook cocktails die R207910
bevatten, verwijderden de infectie bij muizen
dubbel zo snel als de behandeling die momenteel
wordt gebruikt.
“Het geneesmiddel werkt volgens een
nieuw mechanisme en is daardoor actief tegen
alle multi-geneesmiddelenresistente (MDR) stammen
van tbc die tot dusver werden getest”,
aldus Dr. Koen Andries, D.V.M., Ph.D., Distinguished
Research Fellow van de afdeling Microbiologie
bij J&JPRD. “Een combinatie met R207910,
maar zonder rifampine, één van
de huidige geneesmiddelen tegen tbc, ziet er
bijzonder veelbelovend uit. Een combinatie
zonder rifampine zou verenigbaar zijn met geneesmiddelen
tegen HIV, waardoor ze ook geschikt zou zijn
voor de behandeling van patiënten die
tegelijkertijd met aids en tbc zijn besmet.”
De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) heeft
tbc uitgeroepen tot een wereldwijd gezondheidsprobleem.
Tuberculose heeft al één derde
van de wereldbevolking besmet en veroorzaakt
nagenoeg negen miljoen nieuwe gevallen van
actieve tbc en twee miljoen overlijdens per
jaar. Ongelukkig genoeg zijn veel tbc-stammen
resistent geworden tegen diverse antibiotica
die vandaag de dag worden gebruikt om de ziekte
te bestrijden. Per jaar worden meer dan 300.000
nieuwe gevallen van multi-geneesmiddelenresistente
tbc vastgesteld, vooral in Oost-Europa en Centraal-Azië.
“Lange tijd heeft men ernaar gestreefd
een geneesmiddel te vinden dat veilig en efficiënt
is en dat de patiënt volledig geneest
in een kortere tijd”, aldus Koen Andries. “Een
nieuw geneesmiddel dat de effectieve behandeling
van tbc zou kunnen inkorten of vereenvoudigen,
zou de tbc-bestrijdingsprogramma’s aanzienlijk
verbeteren.”
De voorbije 40 jaar zijn er geen nieuwe geneesmiddelen
tegen tbc onderzocht en hoewel de artsen beschikken
over efficiënte eerstelijnsgeneesmiddelen
tegen tbc die werken, blijft het moeilijk om
deze geneesmiddelen bij de patiënten te
krijgen die ze nodig hebben en ook de behandeling
van patiënten met geneesmiddelenresistentie
vormt een probleem.
Eén derde van de wereldbevolking is
besmet met latente tbc. Zelfs in de ontwikkelde
wereld is één op de twintig mensen
drager van de tbc-bacil. In sommige ontwikkelingslanden
is één op twee mensen besmet.
Een drager van latente tbc loopt levenslang
een risico van 10 percent om tbc te ontwikkelen.
Bij HIV-patiënten bedraagt dat risico
10 percent per jaar. “Dat is de belangrijkste
reden waarom tbc nu zo sterk opkomt in landen
die eerder getroffen zijn door HIV”,
aldus Andries. “De HIV-epidemie heeft
de tbc-epidemie aanzienlijk verergerd.”
Tbc wordt momenteel behandeld met een cocktail
van antibiotica, waaronder rifampine, isoniazide
en pyrazinamide, die gedurende zes tot negen
maanden ingenomen moet worden. Al na een aantal
weken verdwijnen de tbc-symptomen en beginnen
de patiënten zich gezonder te voelen.
Om de infectie evenwel volledig uit te roeien,
moeten ze de therapie nog minstens vier maanden
langer volhouden. Dat is vaak moeilijk, vooral
voor mensen die in afgelegen gebieden in ontwikkelingslanden
leven. De vroegtijdige stopzetting van de behandeling
verhoogt het risico op de ontwikkeling van
resistente bacteriën.
Om de therapietrouw te garanderen, worden
tbc-patiënten opgevolgd in het kader van
het DOT-programma ("Directly Observed
Treatment”), waarbij ze hun geneesmiddelencocktail
dagelijks innemen onder toezicht van een gezondheidswerker.
Resultaten van het R207910-onderzoek
“Onze resultaten suggereren dat R207910
minstens bij muizen de gewenste eigenschappen
bezit voor een vereenvoudiging en inkorting van
de behandeling en misschien zelfs meer”,
aldus Koen Andries. In bacteriële celculturen
was R207910 werkzaam tegen talrijke verschillende
stammen van mycobacteriën, waaronder stammen
die resistent zijn tegen andere geneesmiddelen.
Het geneesmiddel is bacteriedodend, wat betekent
dat het de tbc-bacillen doodt.
In modellen met muizen toonden de onderzoeken
aan dat een cocktailkuur die deze stof bevatte,
de bacteriële belasting na één
maand tot hetzelfde niveau terugbracht als
de huidige kuur na twee maanden behandeling,
waardoor de normale behandelingstijd met 50
% werd ingekort. Na twee maanden behandeling
met de cocktail die R207910 bevatte, konden
geen tbc-bacillen meer uit de longen geïsoleerd
worden, een resultaat dat de Franse groep die
de onderzoeken uitvoerde, als “zonder
voorgaande” bestempelde.
De onderzoeken met muizen tonen tevens aan
dat deze nieuwe stof snel in de bloedstroom
wordt opgenomen en eigenlijk geconcentreerd
wordt in de longcellen, die onderdak bieden
aan de tbc-bacillen, en daar de bacillen doodt
kort nadat ze het lichaam zijn binnengedrongen.
Ook blijft R207910 dagenlang in het lichaam
nawerken en verder bacillen doden, zelfs wanneer
de stof slechts één keer per
week aan muizen wordt toegediend.
R207910 is uniek door de manier waarop het
werkt. De stof valt een enzym aan, ATP-synthase
genoemd, dat de energiebron is van de bacterie.
Door zijn nieuwe werkingsmechanisme en de klaarblijkelijke
invloed op geneesmiddelresistente stammen van
tbc, zou R207910 volgens Andries kunnen leiden
tot een verschuiving in het huidige behandelingsparadigma
voor tuberculose. “Voorlopige gegevens
tonen aan dat R207910 de gewenste eigenschappen
bezit die we nodig hebben en dat de stof erg
beloftevol is.”
“Toch”, zo voegt Koen eraan toe, “moet
er nog heel wat werk worden verricht om het
klinisch potentieel van de stof volledig te
definiëren. Aangezien de stof veilig lijkt
te zijn en goed verdragen wordt in Fase I-studies
met gezonde menselijke vrijwilligers, zal R207910
nu getest worden bij mensen met actieve pulmonale
tuberculose.”
De coauteurs van Dr. Andries zijn: Peter Verhasselt,
Hinrich Göhlmann, Jean-Marc Neefs, Hans
Winkler, Jef Van Gestel, Philip Timmerman en
Didier de Chaffoy bij Johnson & Johnson
Pharmaceutical Research and Development in
Beerse, België; Jerome Guillemont bij
Johnson & Johnson Pharmaceutical Research
and Development in Val-de-Reuil, Frankrijk;
Min Zhu bij Johnson & Johnson Pharmaceutical
Research and Development, LLC in Raritan, New
Jersey; Ennis Lee en Peter Williams bij Johnson & Johnson
Pharmaceutical Research and Development, LLC
in High Wycombe, UK; Emma Huitric en Sven Hoffner
van het Swedish Institute for Infectious Disease
Control in Solna, Zweden; Emmanuelle Cambau,
Chantal Truffot-Pernot, Nacer Lounis en Vincent
Jarlier van de School voor Geneeskunde van
het Pitié-Salpêtrière-ziekenhuis
in Parijs, Frankrijk. Nacer Lounis studeert
momenteel voort aan de Johns Hopkins University
School of Medicine in Baltimore, MD.
Het onderzoek werd ondersteund door Johnson & Johnson
Pharmaceutical Research and Development en
het dierenonderzoek in Parijs werd mede mogelijk
gemaakt door jaarlijkse toelagen van de Association
Française Raoul Follereau, INSERM en
het Ministerie van Nationale Opvoeding en Wetenschappelijk
Onderzoek.
Over R207910
Een Franse scheikundige van de Farmaceutische
Groep van Johnson & Johnson synthetiseerde
de stof en het team in Beerse, België,
ontdekte de anti-tuberculosewerking. De stof
is voor verdere klinische ontwikkeling overgedragen
aan het zusterbedrijf Tibotec, dat belangrijkste
stoffen voor de behandeling van HIV/aids
in ontwikkeling heeft.
Over Johnson & Johnson
Pharmaceutical Research and Development
Johnson & Johnson Pharmaceutical Research
and Development (J&JPRD) maakt deel uit
van Johnson & Johnson, de producent van
het meest uiteenlopende aanbod van producten
voor de gezondheidszorg ter wereld. J&JPRD,
met zijn hoofdkwartier in Raritan, New Jersey
(VS), heeft vestigingen in Europa en de Verenigde
Staten. J&JPRD spitst zich toe op geneesmiddelenontdekking,
geneesmiddelenevaluatie en geneesmiddelenontwikkeling
op tal van therapeutische domeinen om wereldwijd
tegemoet te komen aan nog niet-ingevulde medische
behoeften. Tot de belangrijkste therapeutische
ziektedomeinen waarop het bedrijf zich toelegt,
behoren: de hematologie, oncologie, infectieziekten,
obesitas en stofwisselingsziekten, neurologie
en psychiatrie, pijn en de gezondheid van de
vrouw.
Over Janssen Pharmaceutica
Janssen Pharmaceutica is in de groep Johnson & Johnson
een wereldwijd Center of Excellence van geïntegreerde
R&D, productie en algemene diensten. Het
bedrijf heeft in België vestigingen in
Beerse, Geel en Olen. Er werken 4.386 medewerkers.
Met meer dan 80 geneesmiddelen op zijn naam,
is het bedrijf één van de meest
innovatieve ter wereld en zijn producten kennen
wereldwijd toepassingen in menselijke en dierlijke
geneeskunde en materiaalbescherming.
Over Tibotec
Tibotec is een farmaceutisch bedrijf dat zich
toelegt op onderzoek en ontwikkeling en dat
zijn hoofdkwartier in België en dochterondernemingen
in de Verenigde Staten en Ierland heeft.
De firma is, net als J&JPRD, een dochteronderneming
van Johnson & Johnson. De belangrijkste
stoffen in ontwikkeling bij Tibotec zijn
bestemd voor de behandeling van HIV/aids.
De wereldwijd verbreide ziekten tbc en HIV/aids
zijn nauw met elkaar verstrengeld. De interacties
tussen de geneesmiddelen tegen HIV/aids en
die tegen tuberculose zijn bijzonder problematisch.
Toekomstgerichte mededeling: Dit persbericht
bevat “toekomstgerichte mededelingen”,
zoals gedefinieerd in de Private Securities
Litigation Reform Act van 1995. Deze mededelingen
zijn gebaseerd op de huidige verwachtingen
ten aanzien van toekomstige gebeurtenissen.
Indien veronderstellingen die aan deze mededelingen
ten grondslag liggen, onjuist blijken te zijn
of indien zich onbekende risico's of onzekerheden
voordoen, kunnen de werkelijke resultaten in
belangrijke mate afwijken van de verwachtingen
en prognoses van de onderneming. Onder risico's
en onzekerheden worden verstaan: algemene omstandigheden
en de concurrentie binnen de bedrijfstak; economische
omstandigheden, zoals rente- en valutaschommelingen;
technologische vorderingen en octrooien verkregen
door de concurrenten; uitdagingen die inherent
zijn aan de ontwikkeling van nieuwe producten,
waaronder het verkrijgen van registratiegoedkeuringen;
binnenlandse en buitenlandse hervormingen van
de gezondheidszorg en overheidswetten en verordeningen;
tendensen op het vlak van kostenbeheersing
in de gezondheidszorg. Een uitvoerige lijst
en beschrijving van deze risico's, onzekerheden
en andere factoren is terug te vinden in Bijlage
99(b) van het Annual Report van de onderneming
op Formulier 10-K voor het op 28 december 2003
afgesloten boekhoudkundig jaar. Kopieën
van dit Formulier 10-K zijn online beschikbaar
op www.sec.gov of op verzoek te verkrijgen
bij de onderneming. De onderneming acht zich
niet verplicht om toekomstgerichte mededelingen
aan te passen als gevolg van nieuwe informatie
of toekomstige gebeurtenissen of ontwikkelingen.
Voor meer informatie over Johnson & Johnson
kunt u terecht op de website van het bedrijf:
http://www.jnj.com.