De "Prijs Dr. Paul Janssen" voor
Farmacologie werd in 1998 gesticht door Janssen
Pharmaceutica. Deze tweejaarlijkse prijs
beoogt de bekroning van personen die een belangrijke
bijdrage hebben geleverd tot het wetenschappelijk
onderzoek betreffende de fundamentele of de klinische
kennis op het gebied van de farmacologie. Het
domein van het farmacologisch onderzoek waarvoor
de prijs wordt uitgeschreven is wisselend en
voor de periode 2002-2003 had dit betrekking
op de psychofarmacologie. De prijs bedraagt 25.000 €.
De Koninklijke Academie voor Geneeskunde van
België die de ingezonden werken evalueert,
heeft de Prijs Dr. Paul Janssen 2002-2003 toegekend
aan Prof. Dr. Ronald Stanton Duman voor zijn
bijdrage ‘A neurotrophic hypothesis of the
pathophysiology and treatment of mood disorders'.
De prijs wordt uitgereikt op woensdag 3 december
2003 tijdens een plechtige zitting in het Paleis
der Academiën te Brussel.
Prof. Duman werd geboren op 6 februari 1954
in Colver, Pennsylvania (Verenigde Staten van
Amerika). In 1976 werd hij Bachelor of Science
aan de William and Mary College te Williamsburg,
Virginia. Van 1977 tot 1980 werkte hij in
het Laboratorium voor Biologie aan de University
of Notre Dame in South Bend, Indianapolis. Van
1980 tot 1986 verbleef hij aan de University
of Texas Medical School in Houston, waar hij
in 1984 zijn doctoraat behaalde. Sinds 1986 is
hij verbonden aan het Laboratorium voor Moleculaire
Psychiatrie van de Departementen Psychiatrie
en Farmacologie aan de Yale University School
of Medicine in Connecticut. Momenteel is hij
Professor in Psychiatrie en Farmacologie en Directeur
van de Divisie Moleculaire Psychiatrie en van
de Abraham Ribicoff Research Facilities.
Het onderzoek van Prof. Duman situeert zich
in het domein van depressies en hun behandeling.
Geneesmiddelen tegen depressie zijn al meer dan
40 jaar op de markt en worden zeer frequent voorgeschreven.
Toch blijft hun werkingsmechanisme vrij onduidelijk.
Hoewel de meeste antidepressiva onmiddellijk
de heropname of het metabolisme van serotonine
en/of noradrenaline in de hersenen blokkeren,
moet men toch verschillende weken wachten op
een klinische verbetering van de depressie.
Dit heeft tot het inzicht geleid dat cellulaire
aanpassingen aan de verhoogde concentraties van
serotonine en noradrenaline nodig zijn voor het
therapeutisch effect. Prof. Duman heeft zijn ganse
loopbaan gewijd aan het bestuderen van deze cellulaire
effecten. In zijn onderzoek, dat zich over meer
dan twee decades uitstrekte, ontrafelde hij hoe
antidepressiva inwerken op de signaaltransductiewegen
in zenuwcellen met inbegrip van de regeling van
genexpressie.
De studie van Prof. Duman heeft geleid tot een
zeer belangrijk nieuw concept in het onderzoek
naar depressie en haar behandeling, welke door
de kandidaat als “neurotrofe hypothese” omschreven
wordt. Prof. Duman's studies hebben immers aangetoond
dat het chronisch toedienen van verschillende
klassen van antidepressiva resulteerde in een
verhoogde aanmaak van “cAMP response element
binding protein” (CREB) in de limbische delen
van de hersenen, waaronder de hippocampus. Het
over-exprimeren van CREB in de hippocampus van
proefdieren deed de depressie in twee diermodellen
van depressie op dezelfde manier verdwijnen als
door het geven van antidepressiva, hetgeen voor
hem een bewijs was dat CREB inderdaad een sleutelmolecule
is in het werkingsmechanisme van antidepressiva.
Gezien CREB een transcriptiefactor is, heeft
hij dan gezocht naar targetgenen en heeft hij
de neurotrofe factor “brain derived neurotrophic
factor” (BDNF) geïdentificeerd. Chronisch
toedienen van antidepressiva resulteerde in een
verhoogde expressie van BDNF in de hippocampus
en het infunderen van BDNF in bepaalde delen
van de hippocampus bij proefdieren deed de depressie
verdwijnen. Deze veranderende expressielevels
van CREB en BDNF kon hij ook bevestigen bij autopsies
op patiënten die met antidepressiva werden
behandeld.
Deze bevindingen hebben Prof. Duman dan aangezet
om de groei van zenuwvezels in de hersenen te
bestuderen. Antidepressiva, met CREB en BDNF
als mediatoren, leidden tot de groei van nieuwe
zenuwvezels in de hippocampus en tot een langer
overleven van deze zenuwen. Deze effecten traden
niet op na acute, maar wel na chronische antidepressieve
behandeling, hetgeen overeenkomt met de weken
of maanden die nodig zijn om een heilzaam effect
van antidepressiva te zien in de kliniek. Deze bevindingen
zijn relevant, omdat de zenuwvezels en de omgevende
gliacellen in het limbisch systeem van depressieve
patiënten schrompelen en zelfs afsterven,
waardoor de hippocampus radiologisch kleiner
wordt. Dit verlies van zenuwvezels kan dus tegengaan
worden wanneer men de patiënt langdurig
met antidepressiva behandelt, omdat zij de verloren
gegane zenuwen terug laten aangroeien en dus
de verdere schrompeling van het limbische zenuwstelsel
stoppen en zelfs omkeren.
Uit de voor de Prijs Dr. Paul Janssen ingediende
kandidaturen werd het werk van Prof. Duman door
de juryleden verkozen omdat zijn studie geleid
heeft tot nieuwe inzichten in verband met de fysiopathologie
van depressie en omdat nieuwe werkingsmechanismen
van antidepressiva opgehelderd werden. De jury
had lof voor de brede waaier van geavanceerde state-of-the-art
technologie die gebruikt werd en die ging van gedragsstudies
op dieren, het aanmaken van transgene dieren en
viraal-gemedieerde overexpressie-studies in de
hersenen van dieren tot post-mortem studies op
hersenen van overleden patiënten. De jury
waardeerde eveneens de perspectieven die het werk
biedt voor het ontwikkelen van nieuwe generaties
van antidepressiva, bijvoorbeeld via het rechtstreeks
activeren van CREB door intracellulair de cyclisch
AMP concentratie te verhogen . Deze zeer hoogstaande
bevindingen zijn verschenen in de beste wetenschappelijke
vaktijdschriften, waaronder Nature, Science,
Neuron en Archives
of General Psychiatry. Zijn
werk wordt daarenboven heel veel geciteerd door
zijn collega's.
Omwille van al deze redenen was de Jury unaniem in het toekennen van de Prijs
Dr. Paul Janssen periode 2002-2003 aan Prof. Ronald Stanton Duman, Professor
in Psychiatrie en Farmacologie aan de Yale University School of Medicine in
de Verenigde Staten van Amerika.
Voor meer informatie:
Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België
Prof. Marc Bogaert
Tel.: 02.550.23.00 |