|
Schimmels vinden we overal: op en
in ons lichaam, in de lucht die we
inademen, in het voedsel dat we eten
en het water dat we drinken. Gelukkig
zijn de meeste van die schimmels onschuldig
en sommige zijn zelfs van levensbelang.
Inderdaad, schimmels worden gebruikt
om brood, kaas, bier en wijn te maken.
Truffels en paddestoelen zijn ook
schimmelsoorten.
Nu en dan gaat er bij dit vreedzame
samenleven iets mis en wordt een normaal
onschuldige schimmel plots lastig.
We maken een onderscheid tussen oppervlakkige
schimmelinfecties op het lichaam en
systemische schimmelinfecties, die
het hele lichaam of een orgaan aantasten.
Oppervlakkige
schimmelinfecties
Huidschimmelinfecties zijn
het meest voorkomende type van schimmelinfecties.
Men kan ze oplopen door direct of
indirect contact met andere geïnfecteerde
mensen, dieren of aarde. Gezien het
vaak om lelijke en onaangename aandoeningen
gaat, kunnen ze zowel lichamelijke
als psychologische gevolgen hebben.
Bekende schimmelinfecties zijn onder
andere atleetvoet, pityriasis versicolor,
vaginale schimmelinfectie (candidose)
en schimmelinfectie van de nagels
(onychomycose). Schimmels spelen ook
een rol bij hoofdroos.
Onychomycose komt bijvoorbeeld bij
1 tot 3 % van de bevolking voor. Kenmerken
zijn dat de nagel verkleurt en dik
wordt en dat hij loskomt van het nagelbed.
Teennagels, de meest voorkomende voorkeurplaats
voor infecties, zijn vaak dik, geel
en broos en vormen een plaats waar
vuil zich kan ophopen.
Systemische
schimmelinfecties
|